Overslaan en naar de inhoud gaan

Milieu

Voorjaarsbollen houden van een vrij voedzame, kalkhoudende, redelijk vochtige bodem met een luchtige structuur en enige dynamiek. Een optimale bodemstructuur is van groot belang. Deze planten kunnen goed groeien in een vrij open bos op rijkere grond zoals dat voorkomt bij de Martenastate in Koarnjum en de Dekema State in Jelsum. Bladval in de herfst zorgt voor een actief bodemleven en de vorming van humus. Deze beide factoren zijn in de afgelopen tweehonderd jaar versterkt door actief beheer van de diverse tuinbazen waardoor de benodigde goede bodemstructuur en dynamiek is ontstaan. Het vrij open bos zorgt voor voldoende licht in het voorjaar en weinig licht in de zomer. In de zomer is er slechts een spaarzame begroeiing van gras of alleen maar een strooisellaag. Het milieu is wel vrij rijk aan belangrijke voedingsstoffen, maar niet al te rijk aan stikstof. Soorten als Bostulp, Kievitsbloem en Gewone vogelmelk bloeien wat later in het voorjaar en hebben behoefte aan voldoende zon tijdens de bloei. De meeste stinzenplanten kunnen ook in grasland groeien. Dit gras moet voldoende laag blijven tijdens de bloei van de stinzenplanten en het gras mag pas gemaaid worden als het blad van de planten is afgestorven. Als het gras in de zomer kort wordt gehouden kan er zich een zeer rijke stinzenflora ontwikkelen. De stinzentuin bij de Weem (pastorieboerderij) in Warffum is hiervan een mooi voorbeeld. Om te voorkomen dat het gras een te dichte en te snel groeiende grasmat vormt mag het vooral niet te rijk aan stikstof zijn. Bemesting op kleigrond blijft dan ook meestal achterwege. Af en toe schelpengruis als kalkbron, houtas als kalibron en beendermeel als fosfaatbron zorgen voor een optimale bemestingstoestand zonder verrijking met stikstof. Door het wekelijks maaien in de zomer en het maaisel te laten liggen wordt er weer een goede bodemstructuur gecreëerd.

Alle bollen kunnen baat hebben bij dynamiek in de bodem. Wellicht dat daarom bij de kerk in Stiens een rijke stinzenflora voorkomt die het resultaat is van het beleid van de koster. Hopelijk wordt dit beleid in de toekomst voortgezet. Door de dynamiek in de bodem verspreiden nieuwgevormde bolletjes zich over een groter oppervlak en komen weer in verse grond. Met name de Bostulp heeft hier veel baat bij omdat hij anders zich wel sterk kan uitbreiden, maar niet of nauwelijks bloeit. In Frankrijk en Zwitserland komt deze plant in wijngaarden voor en heet daar dan ook Tulipe de vigne (wijngaardtulp). De grond in wijgaarden wordt regelmatig bewerkt en daar heeft deze plant baat bij. De Bostulp komt relatief veel voor als stinzenplant in Noordwest Friesland zoals bij de Martenastate, Dekema State, het kerkhof in Ternaard en vroeger ook veel in Stiens.

De meeste van wat wij stinzenplanten noemen, zijn vroeg bloeiende bol- en knolgewassen die niet van nature voorkomen in de directe omgeving, maar wel wild zijn elders in Europa. Het milieu waarin de stinzenplanten goed groeien is door de mens gevormd en de planten zijn daar aangeplant en vervolgens verwilderd. Ook de verwildering kan door de mens worden beïnvloed door het verplanten van soorten naar plekken waar ze nog minder voorkomen. Een landschappelijk aangelegde tuin, zoals de slingertuin, vormt een prachtig decor voor massale ondergroei van stinzenflora.