Baardt, Schotel vier jaargetijden, Fries Museum, 17e eeuw.

Claas (Claes) Fransen Baardt, Bolsward (1628/29-1691), Schotel met de vier jaargetijden (1681), 32,6 cm, coll./foto Fries Museum, detail.

Het nieuw stinzenfloraseizoen dient zich aan. We zijn gewend om stinzenflora, de vroegbloeiende bol-, knol-, of wortelstok planten, te zien als voorjaarsbloeiers. De vroegste bloeiers zoals Sneeuwklokjes, Lenteklokken en Winterakonieten bloeien echter al zo vroeg in het jaar dat deze planten begin 17e eeuw in de Florilegia die toen opkwamen (bloemboeken als opvolger van de oudere kruidenboeken) terecht werden gerangschikt onder de winterbloeiers (‘Horti Floridi Hyemalis’). 

Crispijn van de Passe, Hortus Floridus, 1614

Crispijn van de Passe, Hortus Floridus, (Jardin de Fleurs, divisées selon les quatre saisons de l’an – Bloemtuin, ingedeeld volgens de vier jaargetijden), 1614, titelpagina.

Volgens Juttta Buck from the American Society of Botanical artists is De Hortus Floridus, de Bloemtuin, gemaakt door Crispijn van der Passe, en gepubliceerd in 1614 wellicht het mooiste van alle Florilegia uit die tijd. Van der Passe deelt de planten in naar de vier jaargetijden.

Sneeuwklokje Lenteklok 1614

Links, Gewoon Sneeuwklokje: ‘Witte Tijdeloos’ (Galanthus nivalis) Midden: vermoedelijk Geplooid sneeuwklokje: ‘Bijzantijns sneeuwklokje’ (Galanthus plicatus, subsp. byzantinus). Rechts: Lenteklokje (Leucojum vernum). Crispijn van de Passe, Hortus Floridus, 1614.

Wat betreft winter (‘Horti Floridi Hyemalis’) en voorjaar (‘Horti Floridi Vernalis’) komen er veel planten in voor die we nu onder de naam Stinzenflora rangschikken.

Baardt, schotel vier jaargetijden, 17e eeuw

Claas (Claes) Fransen Baardt, Bolsward (1628/29-1691), Schotel met de vier jaargetijden (1681), 32,6 cm, coll./foto Fries Museum.

Dat de ‘stinzenplanten’ in de 17e eeuw al geliefd waren blijkt ook uit de prachtige zilveren schotel van de meester zilversmid Claas Fransen Baardt (1628/29-1693) uit Bolsward. Deze schotel die De vier Jaargetijden afbeeld, bevindt zich momenteel in het Fries museum. In een ‘Hoorn des Overvloeds’ op de schotel zien we een Sneeuwklokje, mogelijk een Bostulp, en uiteraard de geliefde tuintulp, de Boshyacint en mogelijk ook een Martagon lelie. Bijzonder is dat het Sneeuwklokje als ‘winterbloem’ is afgebeeld in dit ‘voorjaarsboeket’ uit de tweede helft van de zeventiende eeuw.

Baardt, Fruitschaal, 17e eeuw, Fries Museum

Claas Fransen Baardt, Fruitschaal in gebruik als avondmaalsschotel, 39.5 cm, coll./foto Fries Museum.

Tegeltableau's met de Kievitsbloem, Turkse lelie, Keizerskroon en tulp. 17e eeuw.

Tegeltableau’s met de Kievitsbloem, Turkse lelie, Keizerskroon en tulp. 17e eeuw.

Op een zilveren fruitschaal van dezelfde zilversmid zien we een prachtige bloemenrand met een Narcis, Anemoon, wellicht Winterakoniet, Anjer en een tuintulp. Op zeventiende eeuwse Friese tegels zijn de Kievitsbloem, de Martagon lelie, de Narcis en Bostulp vaker afgebeeld. Fries zilver wordt terecht gezien als historisch erfgoed. Diverse musea, de Ottema Kingma Stichting en particuliere verzamelingen koesteren dit Fries erfgoed.

Holwortel bij Martenastate.

Holwortel bij Martenastate (Koarnjum). Foto: Stinze-Stiens.

Historische terreinen met historisch belangrijke bebouwing waar van oudsher stinzenflora aanwezig is, behoren tot het groene erfgoed. Deze stinzenflora kan echter alleen floreren bij een deskundig beheer. Bescherming, verbreiding en behoud is dan ook niet eenvoudig. Wanneer een object verkocht wordt is het maar afwachten in hoeverre de nieuwe eigenaar oog heeft voor de stinzenbeplanting. Er zijn in Friesland en Nederland gelukkig meerdere prachtige voorbeelden van goed florerend stinzenflora bij een State of ander historisch gebouw waarbij tuin/parkbos aanleg past bij de aanwezige bebouwing.

Bonte krokus bij kasteel Hackfort (Vorden).

Bonte krokus bij kasteel Hackfort (Vorden). Foto Stinze-Stiens.

Als alles ‘klopt’ en er ook sprake is van een massaal voorkomen van een of meer soorten stinzenflora over een relatief groot oppervlak dan is dit een prachtig gezicht en kunnen we heden ten dage nog steeds een ‘hoorn des overvloeds’ meemaken van stinzenplanten.

Bokashi Stinze-Stiens.

Bokashi opgebracht op verschillende plekken van de stinzentuin Stinze-Stiens. oktober 2021.

Tegenwoordig worden er weer stinzenplanten op grote schaal aangeplant op sommige terreinen door de toenemende populariteit van dit fenomeen. Het grote verschil met een historische vegetatie die floreert is dat de historische vegetatie het resultaat is van een combinatie van verwildering met een jarenlang goed beheer. Als de groeiplaats omstandigheden, wat betreft licht, bodem, vocht etc., goed zijn en het beheer ook, dan kan er in een tiental jaren een mooie stinzenplanten vegetatie ontstaan. Op grote schaal en grote dichtheid planten geeft op korte termijn wellicht een goed resultaat, maar als een van de benodigde factoren niet optimaal is zal de vegetatie langzaam achteruit gaan. 

Husum Schlosspark, Crocus neglectus en Gagea lutea. Foto Stinze Stiens.

Husum (Duitsland) Schlosspark met voornamelijk Crocus neglectus en hier en daar Bosgeelster (Gagea lutea). Foto Stinze Stiens.

In historische vegetaties hebben de planten vaak hun eigen plek op het terrein gevonden ook als er sprake is van meerdere soorten. Meerdere soorten kunnen goed samengaan. Echter als er meer soorten worden ingebracht zal er op den duur concurrentie tussen de soorten kunnen ontstaan, waardoor sommige soorten verdwijnen en andere gaan overheersen. Dit hoeft geen probleem te zijn, massaal voorkomen van Daslook is ook prachtig, maar het kan ongewenst zijn. Tuinieren in combinatie met verwildering is niet eenvoudig. Boeiend is dat elk terrein anders is. Dit maakt het een extra grote uitdaging om succes te hebben op een locatie.

Crocus neglectus in het Schlosspark in Husum. Foto Stinze Stiens.

Crocus neglectus in het Schlosspark in Husum. Foto Stinze Stiens.

Als een terrein in ‘balans’ is met een vast beheerspatroon en een goed ontwikkelde oudere vegetatie van stinzenflora is het beheer relatief eenvoudig. Als een terrein minder ‘stabiel’ is, hetzij doordat soorten het minder goed gaan doen, of doordat bepaalde soorten zich nog flink ontwikkelen is het vaak niet eenvoudig om een fraaie meer stabiele vegetatie te krijgen. 

Terreinen en locaties Stinzenflora-moniitor.

Terreinen en locaties Stinzenflora-moniitor.

We wensen jullie allen weer veel plezier in het nieuwe seizoen met stinzenplanten. In dit Stinzenflorajournaal schrijven we regelmatig over geschiedenis, beheer, onze eigen tuin Stinze-Stiens en wat we elders tegenkomen. Het is de moeite waard om op diverse terreinen te gaan kijken. De Stinzenflora-monitor die 9 februari weer van start gaat kan behulpzaam zijn wanneer waar te gaan genieten van deze ‘Hoorn des Overvloeds’.

Activiteiten:

Bostulp bj Stinze-Stiens.

Bostulp bj Stinze-Stiens.

STINZE-STIENS STINZENFLORALEZING:

De 16de-eeuwse reis van de bostulp: van het Middellandse zeegebied naar de kasteeltuinen van Noord Europa.
door Anastasia Stefanaki 

19 februari 2022, 11.00 u. en 14.00 u.
Na iedere lezing: wandeling in de stinzenfloratuin bij het Doktershûs.
N.B. Door de slechte weersomstandigheden gingen de lezingen niet door. Deze vinden nu plaats op 23 april. De lezingen zijn volgeboekt.

Stefanaki onderzoek Martenastate

Anastasia Stefanaki doet veldonderzoek naar de Bostulp op Martenastate (Koarnjum). 13 april 2021

Aan het begin van het stinzenplanten seizoen organiseert Stichting Stinze-Stiens een lezing over stinzenplanten. Anastasia Stefanaki vertelt het spannende verhaal van de Bostulp ‘going wild’. Ze is post-doc en heeft haar onderzoek naar de ‘Keningin fan de Stinzeblomkes’, de Bostulp, gedaan aan de Wageningen Universiteit. Het onderzoek is geïnitieerd en gefinancierd door Stinze-Stiens. Het onderzoek naar de geschiedenis van de introductie van de Bostulp in Noord-West Europa is inmiddels vrijwel afgerond. 

Tulipa silvestris (Bostulp), En Tibi herbarium, 1558, coll. Naturalis, Leiden.

Voor het behoud van historisch waardevolle stinzenplanten vegetaties is historisch onderzoek van belang. De combinatie van historisch onderzoek met onderzoek naar oude populaties in tuinen en parkbossen en in het wild voorkomende planten met onderzoeksmethoden die kijken naar de genetica van een plant is een opkomend vakgebied. Plantmateriaal uit prachtige Herbaria uit de 16e eeuw zijn daarbij onmisbaar. Het kan inzicht geven in de genetische variatie van planten die op diverse plaatsen groeien en in hoeverre de planten die nu als stinzenplant zijn verwilderd overeenkomen met planten die in het wild groeien rond de Middellandse zee.

 

Info lezing:
19 februari 2022.
In verband met de coronamaatregelen houdt zij de lezing 2x: 11.00 u. en 14.00 u.
Na iedere lezing: wandeling in de stinzenfloratuin bij het Doktershûs.
N.B. Beide lezingen van 11.00 u. en 14.00 u. zijn volgeboekt.
Eventueel kun je een mail sturen om op een wachtlijst geplaatst te worden. Bij geen bericht is er geen plaats vrij gekomen.

Locatie: Pakhûs SOLO, Stiens.
Toegang gratis.
Aanmelden verplicht: (naam/tel.nr./woonplaats, aantal personen, tijdstip) via: stinze.stiens@icloud.com
Aantal plaatsen is beperkt tot 15 personen max.
Coronatoegangsbewijs verplicht.

Stinze-Stiens:
Bezoekadres:
Doktershûs /Vlaskamptún, Smelbrêge 6, schuin tegenover de St. Vituskerk in het historische centrum
Pakhûs SOLO, Smelbrêge 9, tegenover de St. Vituskerk in het historische centrum

Toegang: Op afspraak via stinze.stiens@icloud.com. Activiteiten en ‘Open tuindagen’, zie het Stinzenflorajournaal. 
Parkeren: gratis in Stiens
Openbaar vervoer: Bus 60 of 154 vanuit Leeuwarden, Halte Langebuorren.
Stinzenflora-monitor: voor informatie klik hier, over de Noordelijke Lustwarande, stinzenplanten in Noord-Nederland en Noord-Duitsland, locaties, soorten en bloeitijd.